Zeeverhalen

Wachters van het licht

Bij guur weer met regen en storm, is het extra leuk om weg te duiken in spannende en boeiende verhalen. Met de vertellingen van José Luis González Macías in het boek Atlas van vuurtorens aan het einde van de wereld kun je ‘droog en wel’ een mooie reis maken langs bijzondere vuurtorens op de meest unieke, afgelegen plekjes van de wereld. Het boek is een verzameling van meer dan dertig waargebeurde, soms bijna ongelofelijke verhalen over moedige mensen en ‘hun’ vuurtorens. Compleet met mooie, kleurrijke illustraties, bouwtekeningen en zeekaarten.

Zoals het verhaal over de blinde vuurtorenwachter in Rusland die ervoor zorgt dat er licht schijnt op de poolcirkel. Een dapper meisje uit de Verenigde Staten dat voor altijd herinnerd zal worden om haar hulp bij verschillende schipbreuken. Op pirateneiland op het zuidelijkste puntje van Argentinië spookt het. Of over de Britse excentriekeling die een toren op open zee bouwt om er later te sterven. In Nieuw-Zeeland dreigt een klein vogeltje uit te sterven na de bouw van een vuurtoren en de komst van de nieuwe vuurtorenwachter en zijn kat.
En heel geheimzinnig en onverklaarbaar is het verhaal over de drie vuurtorenwachters op Flannan Isles, die nooit meer teruggevonden werden.
En hoe zit het met de bewakers die op mysterieuze wijze uit een eenzame baai op Robbeneiland verdwijnen?

Al deze verhalen voeren ons naar horizonten waar bijzondere figuren als Nelson Mandela, Edgar Allan Poe en Virginia Woolf elkaar ontmoeten en waar momenten van gekte en eenzaamheid, moed en geluk elkaar opvolgen.

Voor Seasidesblog zetten we drie verhalen in de schijnwerpers:


Een leven lang in dienst van de toren

Op Matinicus Rock, een eiland voor de kust van Maine (USA), stonden twee vuurtorens. Op het eiland vind je geen boom, struik of zelfs maar een grassprietje. De chaotische stapel losse stenen waaruit het eiland lijkt te bestaan, heeft te lijden van de voortdurende invloed van de golven, die het eiland borstelen en een beetje verplaatsen.

Aan Matinicus Rock is de naam van Abbie Burgess verbonden. Zij kwam als zestienjarige op het eiland met haar ouders en jongere zusjes. Abbie zou haar vader gaan helpen bij het onderhoudswerk aan de vuurtoren en bij het verzorgen van haar ziekelijke moeder.

In januari 1856 voer vader Samuel Burgess uit om nieuwe voorraden in te slaan. Tijdens zijn afwezigheid stak er plotseling een zware storm op waardoor hij niet terug kon naar het eiland. Na drie dagen begon het nog harder te waaien, de zee werd alsmaar ruwer en het merendeel van het eiland kwam onder water te staan. Toen ook hun huis blank stond, verplaatste Abbie haar moeder en haar zusjes naar de enige veilige plek waar ze konden schuilen: de vuurtoren aan de noordkant van het eiland. Met het water tot aan haar knieën waagde ze het de kippen die nog in de ren liepen in veiligheid te brengen. Op één na wist ze alle kippen te redden. Een paar tellen later werd het eiland overspoeld door een metershoge vloedgolf en het huis en de kippenren werden weggevaagd. Ze zaten vier weken in de vuurtoren vast en overleefden op het rantsoen van één kopje maïs en één ei per dag. Ondertussen zorgde Abbie ervoor dat het licht bleef branden.

Ten slotte ging de storm liggen. Samuel Burgess keerde met een beklemd gemoed terug naar het eiland, hij was bang dat hij zijn gezin niet zou terugzien. Maar het was een gelukkige hereniging. Ze waren allemaal veilig en ongedeerd.

Vijf jaar later kreeg Matinicus Rock een nieuwe vuurtorenwachter. John Grantarriveerde in gezelschap van zijn zoon Isaac om voor het licht op het eiland te zorgen. Het gezin Burgess moest verhuizen, al bleef Abbie nog een tijdje in de vuurtoren achter om de nieuwe vuurtorenwachters in te werken. Tussen Abbie en Isaac sloeg de vonk over en wat onstuimigheid betreft deed hun romance niet onder voor de golven van de Atlantische Oceaan. Abbie zou Matinicus Rock nooit meer verlaten. Een jaar later trouwde het stel en uit dit huwelijk werden vier kinderen geboren die opgroeiden in meedogenloze stormen.

Abbie Burgess overleed in 1892. In haar laatste brief schreef ze dat ze vaak over de oude lampen van Matinicus Rock droomde en zich afvroeg of haar ziel, nadat hij haar uitgeputte lichaam zou hebben verlaten, voor de vuurtoren bleef zorgen.

Vuurtorens van Matinicus Rock
Architect: Alexander Parris; bouwjaar 1827; ontstoken 1846; geautomatiseerd 1983; nog actief; twee ronde torens van graniet; hoogte 14,5 meter; lichthoogte 27 meter; dracht 20 zeemijl; lichtkarakter elke 10 seconden één schittering van wit licht.

Een mysterieuze verdwijning

De vuurtoren op Eilean Mòr is een onderdeel van de Flannan Isles. Flannan Isles is een onbewoonde archipel op dertig kilometer van de Buiten-Hebriden, Schotland, Op het eiland staat ook een kapel gewijd aan de heilige Flannan. Flannan was een abt die in de zeventiende eeuw toevallig op dit eiland terechtkwam.

Eilean Mòr is een eiland dat met legendes en vreemde gewoonten is omgeven. Zeelieden nemen hun pet af als ze op het eiland aan land gaan. Maken een volledige draai om hun as met de zon mee zodra ze de top van het rotsachtige eilandje hebben bereikt. En op die top staat sinds 1899 een vuurtoren.

In 1900 is de stoomboot de Archtor onderweg naar Leith, Edinburgh. Het valt de bemanning op dat het licht van de vuurtoren het niet doet terwijl de weersomstandigheden slecht zijn. Elf dagen later, 26 december 1900, gaan de bemanningsleden van de Hesperus kijken wat er aan de hand is. De vuurtoren heeft op dat moment drie wachters: James Ducat, Thomas Marshall en Donald McArthur. De Hesperus heeft nieuwe voorraad aan boord en vervanging voor de wachters. Als de bemanning aan land gaat is de vlag gestreken, staan de bevoorradingskisten niet op de aangewezen plek en komt er niemand opdagen. Kapitein Harvey schiet een vuurpijl af vanaf de Hesperus en geeft een paar stoten met de scheepshoorn. Geen reactie. Aflosser van één van de wachters, Joseph Moore, gaat van boord. In dichte mist klimt hij de helling omhoog. Bij de vuurtoren aangekomen blijkt de hoofdingang afgesloten. Moore forceert de deur en gaat naar binnen. Daar treft hij beslapen bedden, volle borden op tafel en een omgevallen stoel aan. De klok aan de muur staat stil en geeft half acht aan. Geen spoor van de vuurtorenwachters.

De bemanning van de Hesperus kamt het hele eiland uit op zoek naar de wachters. Wel sporen maar geen helderheid over wat er gebeurd kan zijn. De lampen van de vuurtoren zijn met brandstof gevuld. Er hangt een overjas aan de kapstok. De tweede aanlegsteiger lijkt door een recente storm beschadigd. Er hangt een kapotte kist aan een kraan. IJzeren relingen zijn verbogen en er ligt een loodzwaar rotsblok op het pad. In het logboek van 15 december is om negen uur ’s ochtends geschreven dat alles in orde is.

De mysterieuze verdwijning van de drie vuurtorenwachters is voer voor verhalen. Maar niet alleen dat: er volgen een lied (Genesis) en een film: The Vanishingvan Krisoffer Nyholm (2018).

De vuurtoren van Flannan Isles werd tussen 1895 en 1899 gebouwd. Architect is Alan Stevenson. De lichten werden in 1899 ontstoken. In 1971 is de vuurtoren, die nog steeds werkt, geautomatiseerd. De hoogte is 23 meter, de lichthoogte 101 meter. Het licht draagt 20 mijl ver.

De piraten van het vuurtoreneiland

De echte vuurtoren aan het einde van de wereld staat voorbij Isla Grande in Vuurland in het zuiden van Argentinië. Op Stateneiland werd in 1884 naast een militaire gevangenis en een reddingsbasis, een vuurtoren gebouwd: die van San Juan de Salvamento. Het is een eenvoudig, 8-hoekig huis van zes meter hoog. Het zwakke schijnsel was nauwelijks zichtbaar door de bergen in de omgeving en bij bewolkt weer. Voor de Argentijnse regering reden om een meer zichtbare vuurtoren te bouwen, noordelijker, op het eiland Observatorio. In 1902 doofde het licht van San Juan de Salvamento.

Voor Franse schrijver Jules Verne was de vuurtoren reden een boek te schrijven: De piraten van het vuurtoreneiland. Dat boek verscheen in 1905.
Voor een andere Fransman, André Bronner, is het boek van Verne reden om het gebied op te zoeken. Bronner is avonturier en trekt met zijn kajak naar dit mens-onvriendelijke gebied. Ter hoogte van de klippen van Stateneiland raakt de kajakker op drift in een sneeuwstorm. Hij doet een schietgebedje en belooft zichzelf, als hij de storm overleeft, dat hij terug zal keren naar de plek. In 1995 gebeurt dat. Hij verblijft maandenlang op het eiland in de buurt van de ruïne van de kleine vuurtoren. Ondertussen denkend over de herbouw van de vuurtoren.

Tegenwoordig zijn er drie identieke vuurtorens San Juan de Salvamento. Eén op de oorspronkelijke lokatie; één op pilaren voor de Franse kust bij La Rochelle en één in het Museo Marítimo van Ushaia. Vlakbij de echte vuurtoren is een bibliotheek. Daarin ligt een van de twee overgebleven exemplaren van de eerste druk van het boek dat door Verne geschreven werd.

Vuurtoren San Juan de Salvamento
Bouwjaar 1884; ontstoken 1884; gedoofd 1902; herbouwd 1998; actief; hoogte 6,5 meter; lichthoogte 70 meter; dracht 24 zeemijl; lichtkarakter elke 15 seconden twee schitteringen van 3 seconden wit licht

COLOFOON

Atlas van de vuurtorens aan het einde van de wereld – José Luis González Macïas; Meulenhoff Amsterdam, 2021; vertaling Irene van de Mheen

Blogberichten

Flessenpost nieuws en moois van de seasides in je inbox